Ook 2%-tarief voor tot woning verbouwde niet-woning, conclusie en gevolgen


De Hoge Raad oordeelt dat wanneer een niet-woning is verbouwd en naar zijn aard een woonbestemming heeft gekregen, deze ook kwalificeert voor het 2%-tarief.

Dit pand moet volgens de Hoge Raad worden gelijkgesteld met een pand dat van oorsprong is gebouwd voor bewoning.

Conclusie 

De uitspraken van de Hoge Raad hebben tot gevolg dat meer panden kwalificeren als woning dan tot nu toe steeds werd gedacht. Daardoor is het toepassingsbereik van het 2%-tarief aanzienlijk verruimd. Het feitelijk gebruik is niet bepalend voor het tarief dat van toepassing is voor de overdrachtsbelasting. Een pand dat feitelijk zakelijk wordt gebruikt, kan toch worden aangekocht met 2% overdrachtsbelasting als het van oorsprong een woonbestemming heeft. Is de oorspronkelijke woning verbouwd en kan deze eenvoudig weer geschikt worden gemaakt voor bewoning? In dat geval is toch het 2%-tarief van toepassing. Zelfs een van oorsprong niet-woning die wordt verbouwd tot woning kan worden aangekocht met 2% overdrachtsbelasting. Pas als niet duidelijk is of het pand een woonbestemming heeft, is het van belang welke bestemming de gemeente heeft gegeven aan het pand.

Gevolgen

De Belastingdienst neemt het standpunt in dat het 2%-tarief slechts van toepassing is als een pand als woning wordt gebruikt. De verlaging van het tarief voor de overdrachtsbelasting van 6% naar 2% is namelijk bedoeld om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. De Hoge Raad vindt dit laatste niet relevant voor de kwalificatie als woning en acht deze uitleg te beperkt. De Hoge Raad geeft hiermee een ruimere uitleg aan de bepaling dat door de wetgever is bedoeld. Het is mogelijk dat dit aangepast gaat worden door middel van een wetswijziging.